Geen producten (0)
helaas, deze is verkocht
Boeddha Suarhout Boeddha Suarhout Boeddha Suarhout Boeddha Suarhout
1 2 3 4
 

Boeddha Suarhout

€ 70,00 (inclusief btw 21%)
Niet op voorraad
Specificaties
Productcode 06.1
Bruto gewicht 2,00 Kg
Omschrijving

Boeddhabeeld van Suarhout; Vitarka mudra. ca. 32 cm h x 28 cm b x 15 cm d;  1500 gram
Deze prachtige Indische Boeddha komt uit Bali waar hij met de hand is uitgesneden uit één stuk massief suarhout. Door het handwerk is ieder beeld uniek. Suarhout is de beste lokale houtsoort en is te herkennen aan zijn mooie kleurschakeringen.

Boeddha (verlichte)

Een Boeddha is iemand die het boeddha-schap bereikt heeft. Dit houdt in dat hij complete en volledige verlichting op eigen kracht behaald heeft, zonder een leraar die hem advies geeft en de weg wijst. In de Mahayana traditie kan 'Boeddha' ook verwijzen naar een discipel van een Boeddha.

De naam Boeddha is als een titel. Iedereen die het Boeddhaschap bereikt, verdient hierdoor de benaming Boeddha. Met de naam Boeddha wordt vaak de stichter van het boeddhisme aangeduid: Siddharta Gautama of ook wel Gautama Boeddha.

Het woord Boeddha in de taal Pali omvat de begrippen 'de ontwaakte', 'de verlichte' en 'degene met superieure kennis'.

Het levensverhaal van Boeddha

Het levensverhaal van de Boeddha is in het boeddhisme een voorbeeld en inspiratiebron voor het bereiken van verlichting. Siddharta Gautama werd geboren te Lumbini, tegenwoordig in het zuiden van Nepal. Zijn moeder zou Bodhi hebben geheten, wat in het Sanskriet tevens verlichting betekent. Zijn geboorteland was het land van de Sakya's. De naam Sakyamuni is een verwijzing naar de Sakya's: letterlijk betekent het de wijze van de Sakya's.

Volgens traditie was Siddhartha een prins, wiens ouders van diverse wijzen te horen hadden gekregen dat hun kind óf een onovertreffelijk groot heerser zou worden, óf alle aardse goederen zou verwerpen en het Boeddhaschap zou bereiken. Aangezien zijn vader de eerste voorspelling prefereerde werd hij omringd met de beste aardse goederen, zodat hij in zijn leven geen ontevredenheid of nare dingen zou ervaren. Hij zou dan geen afstand hoeven te doen van zijn bezittingen. Zijn vader bouwde 3 paleizen en Siddhartha bracht al zijn tijd door binnen de hoge muren van het paleis. Zo gingen de eerste 29 jaar van zijn leven voorbij.

Na 29 jaar ging hij echter diep nadenken over het leven en wilde zien hoe het 'echte' leven buiten het paleis was. Stiekem ging hij 's-nachts de stad in, samen met zijn bediende. Tot zijn grote schok zag hij een oude man, een zieke man en een dode man. Omdat hij door zijn beschermde opvoeding nog nooit een oude, zieke of dode man had gezien, vroeg hij zijn bediende om uitleg. Hij kreeg te horen dat alle mensen oud worden, ziekten oplopen en doodgaan. Dat dit een normaal iets is. Ook zag Siddhartha een kalme en beheerste monnik voorbijlopen. Hij vroeg zijn bediende wat dit voor man was, en kreeg te horen dat het een monnik was, die vrijwillig zijn bezittingen had opgegeven en een leven van eenvoud leidde, gericht op spirituele ontwikkeling. Kort daarna verliet Siddhartha het paleis en zijn familie, en ging hij leven als een monnik in de bossen van India.

In Benarès (Varanassi), studeerde hij met twee zeer bekende en gerespecteerde meesters en bekwaamde zich snel in hun leer. Hij vond echter dat deze geen oplossing bood voor het lijden dat hij nog steeds ervoer. Daarom ging hij zijn eigen weg en begon een 6 jaar lange periode van zelfkastijding (zelfpijniging). Hij leefde ver van de samenleving, alleen in de bossen, at zeer weinig en werd zo mager dat hij bijna overleed.

Na 6 jaar kwam hij tot het inzicht dat zelf-pijniging niet tot verlichting leidt en het einde van het lijden. Hij vond een middenweg tussen het streven naar sensueel plezier en de zelfkastijding, en besloot te gaan mediteren onder een Bodhiboom in Bodhgaya totdat hij volledige verlichting zou bereiken óf zou sterven. De volgende ochtend rond zonsopgang bereikte hij de verlichting. Vanaf toen was hij, Siddhartha Gautama, de Boeddha. Hij was toen 35 jaar. Hij begon zijn nieuw gevonden inzicht (de dhamma) aan anderen te onderwijzen. Zijn eerste toespraak hield hij in Sarnath. Gedurende de 45 volgende jaren reisde hij door de toenmalige staten van Noord-India. Hij werd een hoog gerespecteerde spirituele leider. De koningen van de twee grootste staten (Kosala en Magadha) werden zijn discipelen, samen met vele anderen uit alle lagen van de bevolking. Veel mensen besloten monnik (bhikkhu) of non (bhikkhuni) te worden in de monastische orde (de Sangha) van de Boeddha. Op 80-jarige leeftijd overleed hij te Kushinagar. Zijn toespraken en leringen werden onthouden en zijn later neergeschreven in de Pali-canon.

Wat betekenen de diverse houdingen van de handen van boeddhabeelden?

Een van de karakteristieken van beelden van de Boeddha en andere boeddhistische figuren, is de houding van de handen, de mudra (moedra). Iedere mudra heeft een eigen betekenis. Er zijn veel verschillende mudra's, maar de meeste voorkomende handhoudingen zijn de volgende.

Dharmachakra mudra

Twee handen voor de borst met de wijsvinger- en duimtoppen tegen elkaar gedrukt: deze houding symboliseert het draaien (oftewel het in beweging zetten) van het wiel van de Leer. Deze houding zie je vooral bij beelden die de historische boeddha, Shakyamuni, voorstellen op het moment van de eerste prediking, en beelden van de hemelse boeddha van het Centrum (van het heelal), Vairochana genaamd.

Bhumisparsha mudra

Rechterhand omlaag met vingers naar beneden en de handpalm naar het lichaam gekeerd : deze houding symboliseert de 'aanraking van de aarde'. Deze houding verwijst naar het moment dat de historische boeddha de verlichting bereikte en daarbij de Aarde als getuige aanriep. Ook typeert deze houding de hemelse boeddha van het Oosten, Akshobhaya.

Varada mudra

Rechterhand omlaag, vingers naar beneden en de handpalm naar buiten gekeerd: Dit is de handhouding van zegen en vrijgevigheid. Hij toont de historische boeddha in zijn dagelijkse activiteiten van zegenen, vrijgevigheid en afstandelijkheid. Ook hoort deze houding bij de hemelse boeddha van het Zuiden, Ratnasambhava.

Dhyana mudra

Beide handen in elkaar gevouwen in de schoot: dit is de houding van meditatie, en toont de historische boeddha in dagelijkse meditatie. En daarnaast is deze houding verbonden met de hemelse boeddha van het Westen, Amitabha.

Abhaya mudra

Rechterhand opgeheven tot de hoogte van de borst, met de handpalm naar buiten gekeerd: dit is de handhouding van geruststelling. Hij hoort bij de historische boeddha in zijn dagelijkse activiteit van geruststelling, en bij de hemelse boeddha van het Noorden, Amoghasiddhi.

Vitarka mudra

Rechterhand opgeheven, handpalm naar buiten gekeerd met duim en wijsvinger naar elkaar toe gebogen: dit is de houding van redenering, onderwijzen en discussie. Gewoonlijk zie je die bij voorstellingen van de historische boeddha in allerlei scènes van prediking.

Reacties